Resultaten
Onderzoek Ouders, Jongeren en Alcohol
Verschillende gemeenten in Nederland hebben meegewerkt aan het OJA-onderzoek. Hieronder zullen de voornaamste bevindingen over drankgebruik van jongeren van 13 tot en met 15 jaar worden beschreven, samengevat voor alle gemeenten.
Resultaten eerste meting
Bevindingen m.b.t. drinkgedrag van jongeren van 13 tot en met 15 jaar oud
· Ongeveer de helft van de jongens en de meisjes heeft ooit gedronken.
· Ruim eenderde deel van de jongens en meisjes heeft ook het laatste half jaar gedronken.
· Van de jongeren die het laatste half jaar hebben gedronken verschillen per gemeente de percentages jongens en meisjes die 7 glazen of meer per week te drinken. De percentages variëren voor de drinkende meisjes van 10.2% tot 12.5% en voor de drinkende jongens zelfs van 7.3% tot 17.2%.
· Voor de overgrote meerderheid van de jongens en meisjes geldt dat alle week consumptie op de weekenddagen geconsumeerd wordt.
· De percentages drinkende jongens en meisjes die 1 maal of vaker, 6 of meer glazen alcohol gedronken hebben in het laatste half jaar verschillen per gemeente. Deze percentages variëren van 11.9% tot 18.2% voor drinkende meisjes en van 16.7% tot 27% voor de drinkende jongens.
Situaties waarin wordt gedronken door jongeren
De belangrijkste situaties waarin jongeren drinken zijn; thuis met ouders of thuis met vrienden en in horecagelegenheden. Het drinken op straat of in het park etc. staat op de tweede plek. Een beduidend minder percentage heeft het afgelopen half jaar in een paracommerciële setting (zoals sportkantine) gedronken. Het percentage jongeren dat in een hok of keet gedronken heeft het afgelopen jaar verschilt per gemeente.
Hoe komen jongeren aan drank?
Jongeren kunnen hun drank krijgen of zelf actief verwerven. Globaal gezien blijkt dat hogere percentages jongeren aangeven het te krijgen dan de percentages die aangeven het zelf actief te verwerven. Daarbij blijkt dat jongeren het vaakst alcohol krijgen van leeftijdsgenoten, oudere jongeren of hun ouders. Desalniettemin zijn er ook aanzienlijk percentages jongeren die actief drank verwerven. Uitgaansgelegenheden, ongevraagd pakken bij ouders en het kopen van alcohol in supermarkten zijn hierbij de belangrijkste bronnen. Op een andere vraag aangaande verkrijgbaarheid blijkt dat slechts voor één type verkooppunt geldt dat een meerderheid van de jongeren aangeeft dat er moeilijk drank is te krijgen: slijterijen. Voor discotheken geeft meer dan de helft van de jongeren aan dat het gemakkelijk is om drank te krijgen, voor cafés, bars en supermarkten is dit ruim eenderde deel van de jongeren.
Het meest opvallende uit deze resultaten is de mate waarin ouders toestaan dat kinderen met hen of met leeftijdsgenoten thuis drinken en de mate waarin jongeren in deze leeftijdsgroep ook al in horecagelegenheden drinken. Dus zelfs waar uitdrukkelijke wettelijke maatregelen verkrijgbaarheid van drank verbieden, voorzien supermarkten en horecagelegenheden, toch variërend van 8.9% tot 31.7% van de drinkende jongeren de laatste maand van drank. Zeer waarschijnlijk geldt ook voor het krijgen van oudere leeftijdsgenoten dat hier in een substantieel aantal gevallen de regel overtreden is dat oudere personen voor jongeren wat kopen. Indien als norm aangehouden wordt dat scholen, zeker voor de leeftijdsgroep onder de 16 jaar, alcoholvrij dienen te zijn is ook opvallend toch variërend van 2.1% tot ruim 10% van de jongeren minimaal 1 keer in het laatste half jaar op school gedronken heeft.
Hoe jongeren de rol van ouders ervaren
Ouders hebben volgens de jongeren op bepaalde punten een beperkende rol. Uit de resultaten van het onderzoek is namelijk gebleken dat jongeren aangeven in weinig situaties te mogen drinken van hun ouders. De relatief sterke beperkingen die jongeren van de kant van hun ouders rapporteren betekent niet dat drankgebruik een regelmatig gespreksonderwerp is tussen ouders en kinderen. Jongeren geven aan dat ouders niet vaak of nooit over drankgebruik en voornamelijk over regels m.b.t. drankgebruik met hen praten.
Wat ervaren ouders?
Hierboven is weergegeven wat jongeren ervaren aan beperkingen die hun ouders opleggen. Wij hebben ook ouders zelf geïnterviewd. Indien over de verschillende onderwerpen heen de uitkomsten t.a.v. de ouders samengevat worden dan ontstaat het volgende beeld. Ouders beamen in overgrote mate hun verantwoordelijkheid voor het drankgebruik van hun kinderen. Ook vinden zij dat jongeren niet verstandig genoeg zijn om zelf te bepalen hoeveel ze drinken. Als ouders gevraagd wordt hoe zij denken dat andere ouders omgaan met het alcoholgebruik van jongeren, geven ouders aan slechts in geringe mate, of niet, te weten hoe andere ouders hiermee omgaan. Klaarblijkelijk zijn de manieren om jongeren van drankgebruik af te houden nauwelijks een onderwerp van gesprek en gedeelde normen met ouders van andere kinderen. Ouders hechten zelf zeer aan regels t.a.v. drankgebruik van hun kinderen. Zij vinden het belangrijk dat er regels zijn over hoe laat ze thuis komen bij uitgaan, hoeveel geld er besteed mag worden aan uitgaan en hoe veel en hoe vaak er doordeweeks of in het weekend gedronken wordt. Het beeld verschuift enigszins als het gaat hoeveel vertrouwen ouders erin hebben dat regels over drankgebruik met hun kinderen kan worden afgesproken. Ouders zijn namelijk in geringere mate zeker of die regels ook met hun kinderen afgesproken kunnen worden. Wat betreft beleidsmaatregelen vanuit de gemeente of overheid geven ouders aan steun te willen van overheidsmaatregelen bij het beperken van drankgebruik bij hun kinderen. Als het gaat om bestaande wettelijke maatregelen, in het bijzonder die betreffende de leeftijdsgrens is de overgrote meerderheid van de ouders daar voor. Echter, er is mindere mate consensus tussen ouders over andere maatregelen dan de wettelijk reeds bestaande maatregelen, zoals de prijs van alcohol verhogen of een verbod op alcoholreclames.
Resultaten tweede meting
Tijdens de tweede meting, die plaats heeft gevonden in november 2009, zijn alleen vragenlijsten bij de jongeren afgenomen. De totale response in de tweede meting bedraagt bijna 90%! Hieronder worden de resultaten van de tweede meting weergegeven.